Korte dingen

Dingen die kort zijn.

Bovennatuurlijk

Als de wind huilt, dan troost ik hem
Als de nacht valt, help ik haar overeind

Als de golven breken, dan maak ik ze
Als de wolken breken, dan houd ik ze vast

Als de aarde beeft, dan stel ik hem gerust
Als de dag aanbreekt, geef ik haar een kus

Een beekje loopt aan mijn hand
De bomen kleed ik aan en uit
Het onweer mag even boos zijn
De winter mag even broos zijn

Geen mens zal mij ooit zien
De vader van de bossen, de moeder van de zee

Land

Ik leef in een land, tussen lucht, land en water. Een eindeloos plat, waar de huizen en de bomen alles zijn wat recht staat. Waar de schaduwen over het gras ‘s avonds écht oneindig worden, waar het gras dat naar mij wuift. Waar de regen met me mee huilt. Soms van het lachen, en soms niet.

Briefje

De ochtend gloeit
En ik zweef ergens tussen hemel en aard
Wachtend voor de hemelpoort
door mijn onverwachte komst
Huil niet om mij, ik had niets te verliezen
Huil liever om diegenen die hier met mij staan
Die hun leven en hun lust moesten laten
Huil om hen
Het is voor hen dat de ochtend gloeit.

Aanrijding

Ik heb mijzelf al heel vaak de vraag gesteld “Waarom?”, en “Hoe kan het dat iemand zoiets doet?”. Hoe kan het dat diegene geen hulp heeft gezocht? Niet heeft uitgereikt naar eender wie? Hoe kan het dat iemand geen andere mogelijkheid ziet dan zijn leven te beëindigen tussen Amersfoort en Apeldoorn?

Er is niemand om de verantwoordelijkheid te geven, niemand die schuldig is, en er is niemand die het zag aankomen. Er is alleen iemand die zijn leven beëindigde tussen Amersfoort en Apeldoorn.

De machteloosheid neemt het over. En het verdriet. En de wanhoop, de hopeloosheid. En uiteindelijk toch de hoop. De hoop dat diegene nu ergens anders is, ergens mooiers is, dan tussen Amersfoort en Apeldoorn.