Het einde van alles

Ik  was het einde van alles.
Ik was het punt, het moment, de plaats,
waar alles tot een einde kwam.
Eerst wat ik kende, mijn huis en mijn tuin,
vervolgens mijn buurt, mijn stad en mijn land.
Alles hield op, geen geweld of geluid,
het hield gewoon op, het stopte gewoon.
Het land was gestopt, toen stopte de zee,
daarna stopten de lucht en de vogels er mee.
De zon en de maan, onze hele planeet,
stopten gewoon, voor mijn neus, in mijn schoot.
er was geen geschreeuw, er ging niemand dood,
het hield gewoon op met blijven bestaan.
Toen ging het snel, de sterren, planeten,
en alle gedachten die men was vergeten.
En alle woorden, alle vergeefse,
alle gehoorden, en toen pas het leven.
Met als laatste het leven was de ruimte pas ledig,
en als enige over waren ruimte en tijd.
Ruimte en tijd. Ruimte en tijd.
Ruimte en tijd twijfelden even.
Ruimte en tijd wilden tijd en ruimte,
wilden elkaar, dus gingen ze samen.
Zo hielden ze op, ruimte en tijd,
en als laatste was ik er, het laatste besef,
het besef van het niets, en dat is nog iets.
Het einde moest zijn, een volledige stop,
dus als laatste hield ook ik er mee op.