Stalen Ros

Dit stalen ros, op stalen rails
Dendert door de dagen
die ooit zo vredig ver en vreemd,
op ons te wachten lagen.

Door bos en heide, stad en land
en langs de wijde zee en strand
Door dag en nacht en weer en wind,
en iedereen is aan boord

Je vader, moeder, neef en nicht
je opa met zijn pretgezicht
Je broer kijkt naar het ochtendlicht
dat helder door de ruiten gloort

De meeste mensen ken je niet,
je ziet ze nooit, of hoort ze niet
je kent geen naam, je spreekt ze niet
en de wielen rollen voort

Je doet wat, en je laat wat,
je moet wat, dus je kaart wat
En van alles wat je zegt hoop je
dat er iemand is die het hoort

En op een dag begeef je het
je laat je lichaam in de steek
dan zweef je even boven alles
alles wat ooit alles leek